donderdag, 20 november 2014 00:00

Diafragma

Geschreven door

Gaan tot het gaatje

Algemeen

De basis van een goed belichte foto wordt bepaald door drie grootheden: Sluitertijd (lengte van de belichting van de sensor), ISO (gevoeligheid van de sensor) en Diafragma (hoeveelheid licht die de sensor bereikt). Een goed belichte foto hoeft niet per definitie te betekenen dat de juiste belichtingsinstellingen zijn gebruikt. Juist afwijkingen maken een foto vaak interessanter. Hier ga ik het hebben over het diafragma. Door hier mee te variƫren kun je de scherpte diepte aanpassen en zo het onderwerp op de juiste manier vastleggen.

Diafragma

Met het diafragma bepaal je de hoeveelheid licht die op de sensor terecht komt. Samen met de sluitertijd en ISO bepaalt het diafragma of een foto goed is belicht. Het diafragma zit in je lens maar wordt wel geregeld door je camera. Het is opgebouwd uit een aantal lamellen die naar binnen of buiten versteld kunnen worden. Hiermee verklein of vergroot je een gat waar het licht doorheen komt dat op je sensor valt. Verklein je het diafragma dan krijg je minder licht en omgekeerd. Het is net als de werking van je oog. Stap je op een zonnige dag naar buiten dan verkleint je pupil. De hoeveelheid licht is zo groot dat je oog sensoren een grote witte vlek zien. Door je pupil (diafragma) te verkleinen verminder je de hoeveelheid licht die je oog binnendringt. Bij een lens is het precies zo. Die reageert alleen wat sneller. Nu is het niet zo dat het diafragma iedere willekeurige waarde kan hebben zoals bij je oog. Het diafragma wordt in stappen geregeld die stops worden genoemd en met de letter f worden aangeduid. En dan is er nog iets raars. Hoe kleiner het diafragma hoe groter het f getal. Bijvoorbeeld f5.6 (groot gat) laat meer licht door dan f22 (klein gat). Elke stop meer of minder laat respectievelijk de helft minder of meer licht door. f1 laat de helft meer licht door dan f1.4 die op zijn beurt weer de helft meer licht door laat dan f2, f2 is dus een kwart van f1. De sluitertijd moet aangepast worden om de juiste belichting van de sensor te krijgen, 1 stop diafragma verandering is 1 stap verandering in belichting. De diafragma reeks is: f/1 - f/1.4 - f/2 - f/2.8 - f/4 - f/5.6 - f/8 - f/11 - f/16 - f/22 - f/32 - f/45 - f/64. De meeste lenzen hebben overigens tussenstappen tussen opeenvolgende stops. Meestal wordt het diafragma in 1/3 stop aangepast. dus f1 - f1.1 - f1.2 - f1.4, enz.

Diafragma en scherptediepte

Waarom heb je nu verschillende diafragma's nodig? Nou, het fijne van een aan te passen diafragma is dat je hiermee de scherptediepte van je foto kunt aanpassen. En hiermee kun je mooi je object de aandacht geven die het verdient. Zie onderstaande afbeelding. Het witte vlak is de doorsnede van de sensor. Links een groot diafragma (kleiner f getal), rechts een klein diafragma. De rode lijn is het object dat scherpgesteld moet zijn. In de linker afbeelding komt het object op de sensor, de punt van de lijn valt er mooi op. De gele en groene punten van de lijn vallen net buiten de sensor, er voor of achter. In de rechter afbeelding is een kleiner diafragma afgebeeld. Alle lijnen vallen op de sensor. Het beeld is van voorgrond tot achtergrond scherp.

De plaatjes zijn niet helemaal juist want er gebeurd nog veel meer in een lens. Maar het idee is duidelijk. Je kunt dit effect natuurlijk ook gebruiken door bijvoorbeeld de voorgrond helemaal onscherp te laten zijn en het onderwerp en achtergrond scherp. Bekijken we het linker plaatje dan is nu alleen het onderwerp scherp. Maar als we scherpstellen op iets wat zich net voorbij het onderwerp bevindt dan schuiven de lijntjes iets naar rechts. De voorgrond wordt nog onscherper dan die al was maar de achtergrond wordt scherper. Dit gebruik je bijvoorbeeld als op de voorgrond storende elementen aanwezig zijn. En omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde. Dit is allemaal wel leuk maar hoe weet ik dat mijn foto er uit ziet zoals ik in gedachte heb? Gelukkig hebben bijna alle spiegelreflex camera's een knop de camera zitten waarmee je een voor controle kunt doen. Normaal kijk je door je zoeker of op je live view scherm en stel je scherp. Je diafragma staat dan altijd op de grootste stand (kleinste getal). Je stelt scherp zoals je denkt dat het moet zijn en dan druk je die knop in. Het diafragma zal dan in de stand gaan staan die je ingesteld hebt (of die de camera automatisch kiest). Het beeld veranderd, wordt meestal donkerder want je diafragma verkleind, en het beeld veranderd ook wat betreft de scherptediepte. Je hebt nu nog de mogelijkheid om het te corrigeren. Stel bijvoorbeeld scherp op een ander object om de scherptediepte te verschuiven of pas het diafragma aan als de scherptediepte teveel of te weinig is. Laat de scherptediepte knop los als alles goed is en druk af.

Bokeh

Een ander aspect dat aan diafragma, of beter scherptediepte, is gekoppeld is Bokeh. Bokeh is een Japans woord en al net zo ondoorgrondelijk als de Japanners zelf. Bokeh is scherptediepte en eigenlijk ook weer niet. Het best te omschrijven als 'kwaliteit van de onscherpte'. Uhh? Onscherp is toch onscherp? Ja, maar er zijn mooie en lelijke onscherptes. En Bokeh kun je ook omschrijven als kunst. Nou wordt het allemaal wel heel lastig. De meest gangbare vorm van Bokeh is die waar in de achtergrond, die onscherp is, kleine lichtpuntjes zijn te zien. Dat kan zijn omdat er licht door de bomen schijnt of omdat het weerkaatst op het water of gereflecteerd wordt op vliegjes. Dat licht is niet echt helder en vormt, bijna, ronde puntjes. Bijna rond omdat je diafragma niet rond is. En nu ik er zo over nadenk, Bokeh voegt iets toe aan je foto en dat is kwaliteit.

Wat is het beste diafragma?

Lastige vraag. Je hebt twee beste diafragma's: Die van je lens en die van wat je wil bereiken met je foto. Eerst de laatste maar. Dat heeft te maken met de artistieke kant van de fotografie. Als je een onderwerp van voor naar achteren scherp wil hebben dan kies je een zo klein mogelijk diafragma (groot getal) als maar mogelijk is onder de gegeven omstandigheden. Je sluitertijd wordt trager, of je ISO waarde moet omhoog, en soms zal je dan vanaf statief moeten fotograferen omdat de sluitertijd zo traag is dat je beweging onscherpte veroorzaakt. Wil je echter een onderwerp isoleren, dus de voor- en achtergrond wazig, dan pak je een zo groot mogelijk diafragma. Je sluitertijd wordt sneller of je ISO waarde gaat omlaag. Wil je je voorgrond onscherp en de achtergrond scherper dan pak je een waarde die daar ergens tussen in ligt maar laag genoeg is om dit voor elkaar te kunnen krijgen. Dus ergens in het grootste bereik of je stelt scherp net achter het object dat je scherp wil hebben.
Dan heb je nog de beste waarde van je lens. In een lens gebeurd meer dan alleen de diafragma ring verstellen. De breking van het licht en de vergroting van het beeld namelijk. Over het algemeen ligt de ideale waarde van het diafragma op ongeveer f11 tot f13. Vaak is dit ongeveer net onder de helft van wat je lens aan bereik heeft. De vertekening van je foto is op deze waarde het minst. En nog vaker valt het niet eens op tenzij je een echt beroerde lens gebruikt. Lees de recencies van kitlenzen er maar eens op na. Meestal is dit een mindere lens maar moeten ze je wel aangeven waar die lens dan faalt om het te kunnen zien of van die hele speciale testkaarten gebruiken waar je ziet dat de lijntjes inderdaad een beetje krom lopen of vervagen. En dat is meestal aan de randen.

Lees 17145 keer Laatst aangepast op woensdag, 03 december 2014 20:14
Meer in deze categorie: « Sluitertijd ISO »

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Selecteer een categorie

Meer techniek en tips&tricks artikelen

Populaire artikelen