zaterdag, 15 november 2014 00:00

De das

Geschreven door

De das in de Loonse en Drunense duinen en omgeving. Het verleden en heden.

Nederlandse naam

Das (Europese)

Wetenschappelijke naam

Meles meles

Betekenis latijnse naam

Onduidelijk. kan zijn kunst(ig), vaardig(heid) of dik. Kan evengoed een bastaard woord zijn.



 

"De status van de das lijkt mij een goede indicatie voor de perspectieven van andere op het land levende dieren. Waar geen dassen meer voorkomen in mijn bos, wordt het de hoogste tijd om het rottingsproces te stoppen vóór het zich verspreidt......."

Phil Drabble, No badgers in my wood.

 

1 De das

1.1 Volksverhalen

In het oudst bekende Nederlandstalige verhaal "Van den vos Reynaerde" figureert Grimbert de Das als "Grimbert die das, die Reynaerts broeder sone was". Als neef van Reynaert de vos tracht hij deze schalk op het rechte pad te brengen. Grimbert is het enige dier in het land van koning Nobel dat vrijbuiter Reynaert bij de algemene dierenvergadering verdedigt tegen de zware beschuldigingen aan zijn adres.

In veel (volks)verhalen wordt de das voorgesteld als een beschaafd, rustig en zelfs filosofisch aangelegd dier. Zijn burcht, huiselijkheid en properheid zullen hier veel mee te maken hebben gehad.

1.2 Beschrijving

De das is onze grootste marterachtige. Hij is met zijn lengte van bijna één meter en een gewicht van ongeveer 15 kilogram het grootste roofdier dat in Nederland voorkomt. De das kan circa 15 jaar oud worden. Hij lijkt op een grijs-zwart beertje en de wit-zwarte tekening van zijn kop geeft hem een sprookjesachtig aanzien. Wat zijn uiterlijk betreft kan hij zich meten met de Panda, het symbool van het Wereld Natuur Fonds (WNF).

Dassen leven in familieverband in burchten. Bovengronds zijn deze te herkennen aan de vele holen en voor iedere ingang bevindt zich een berg uitgegraven aarde. Ondergronds is er een uitgestrekt gangenstelsel met kamers en ventilatiekokers. De kamers worden gestoffeerd met droog gras, varens en mos. Hij leeft onder het motto "My Home is my Castle" en houdt zijn burcht piekfijn schoon. De burchten liggen vaak in hellingbossen, stuif- en rivierduinen óf steilranden. Soms worden ze ook aangetroffen in heggen of houtwallen. Elke familie bezit een eigen territorium.

De das is evenals de beer, het zwijn en de mens een omnivoor. Hij voedt zich met name met regenwormen. Ook insecten, slakken, kleine zoogdieren, tarwe, maïs en fruit worden gegeten. Hij is een echte alleseter. Dassen lopen tijdens hun nachtelijke voedseltochten over vaste paden, ook wel dassenwissels genoemd. Deze soms eeuwenoude wegen bevinden zich vaak in en langs landschapsverbindende elementen.

1.3 Voorwaarden leefomgeving

Dassen leven in een groot aantal verschillende leefgebieden. Bij de aanleg van de burchten zijn een aantal factoren van belang. Zo spelen onder andere de grondsoort, het voedselaanbod, de grondwaterstand, de aanwezigheid van dekking en rust een rol. Als grondsoort wordt zand geprefereerd boven een kleibodem. Hij vestigt zich bij voorkeur op de scheiding van hoog naar laag. De burcht wordt zo gebouwd dat het grondwater het leefmilieu binnen de burcht niet verstoort.

De das gedijt het beste in een kleinschalig landschap waarin verschillende voedselsoorten zijn te vinden. Op zijn menu nemen regenwormen een zéér belangrijke plaats in. Tevens worden in het kleinschalige landschap de nodige dekking en herkenningspunten gevonden en vormen de lijnen hierin de verbindingszones tussen de populaties dassen.

2 De das in Noord-Brabant

2.1 Periode voor 1900

Uit de tijd vóór 1900 is over dassen in Noord-Brabant in archieven en vakliteratuur weinig bekend. Toch heeft de das waarschijnlijk al vrij snel na afloop van de laatste ijstijd in ons land gewoond. In het midden van de negentiende eeuw werd het dier in Nederland steeds zeldzamer. De meeste dassen kwamen toen nog voor in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant.

Rond de vorige eeuwwisseling lag er in Noord-Brabant op de grens van hoog naar laag nog een onafgebroken lint van soms eeuwenoude dassenburchten. Onderzoekers van het Rijksinstituut voor Veldbiologisch Onderzoek en Natuurbehoud (RIVON) hebben een vrij nauwkeurige, landelijke inventarisatie van de dassencultuur rond 1900 kunnen opmaken, en tevens kunnen aangeven hoe weinig daarvan in 1960 nog over was.

De oudste gegevens voor Noord-Brabant dateren volgens Knippenberg uit 1799, toen Hanewinkel in zijn "Reize door de Majorij" van de das in die streek melding maakte. Oudere gegevens zijn aangetroffen in het archief van het indertijd zelfstandige dorpje Cromvoirt bij Vught. Tussen 1778 en 1783 werd door de Cormvoirtse regenten - "volgens Oudt gebruyck" - zestien maal een premie uitbetaald voor het vangen, maar meestal schieten van dassen. Elfmaal ging het om een oude das à twee gulden en tien stuivers, en vijfmaal om een jonge das voor de helft van dat bedrag. Acht dieren werden in juni en juli het slachtoffer, de overige verspreid over het jaar. Als locatie werd "de Cromvoorse Dijck" nogal eens genoemd. Het is niet onwaarschijnlijk, dat zich daar ook de burchten bevonden.

In de Cromvoirtse Dijk zijn nog steeds aanwijzingen te vinden dat er dassen hebben gezeten en er de laatste jaren zijn geweest. De omgeving is voor het dier nog steeds geschikt, hoewel de druk van menselijke invloeden er erg groot is.


Das-Kwitantie premie

kwitantie voor het uitbetalen van premie voor het schieten van dassen in
"Cromvoort" aan de "Cromvoorrsche Dijck", 1782
(gemeentearchief Vught, archief Cromvoirt, inventarisatienummer 70).

Een motivatie voor het premiestelsel werd in het Cromvoirtse archief niet gevonden. Wel werden vroeger aan de das magische krachten toegeschreven, zoals het afweren van onheil of het bezorgen van welvaart. Ook leefde de gedachte, dat in deze dieren met een geheimzinnige, nachtelijke leefwijze weinig goeds kon schuilen. Dassenjachten met daarop volgend volksvermaak (gevechten tussen dassen en honden), zoals die in Limburg tot in de vorige eeuw werden gehouden, zijn voor Noord-Brabant niet bekend.

Voor een overheid zouden dit ook allemaal geen redenen geweest zijn voor het toekennen van officiële premies, maar ligt verdelging in verband met schade aan gewassen, jachtwild en pluimvee meer voor de hand.

Over de wolf in Noord-Brabant en over de prijs die per plaats en tijd op zijn kop stond, is veel bekend. Andere schadelijke dieren worden bijvoorbeeld genoemd in het archief van het Provinciaal Bestuur. Uit het midden van de negentiende eeuw zijn registers bewaard gebleven met voorgedrukte rubrieken van gedood en vertoond schadelijk gedierte en de uit te betalen en uitbetaalde premies. Genoemd worden onder andere vossen, roofvogels en diverse marterachtigen zoals fluwijn (steenmarter), bunzing, hermelijn en wezel (alle
à 30 ct), maar geen das.

In het eerder genoemde rapport van het RIVON werd vermeld, hoe premies voor het éne dier tevens schadelijk kunnen zijn voor een ander: op de Reekse Heide bij Schaijk bleken tien dassenburchten volkomen vergraven te zijn om vossen te vangen.

2.2 Periode vanaf 1900 tot en met 1980

Begin vorige eeuw waren er in Nederland ongeveer 12.000 dassen en kwam de das in grote delen van Noord-Brabant voor. Hij bewoonde voornamelijk de zandgronden ten zuiden van de lijn Bergen op Zoom/Oss. Rond 1900 waren er ongeveer nog 750 bewoonde burchten in Noord-Brabant. In 1980 was een schamel aantal van 36 bewoonde burchten overgebleven.

Sinds het Koninklijk Besluit van 9 december 1947 is de das in Nederland beschermd en rond 1960 bedroeg het totaal aantal dieren ongeveer 2.200. Deze handhaafden zich in enkele uiteengeslagen populaties.

Op de das is in de loop van de jaren flink gejaagd. Niet alleen stropers, ook jagers schoten nog op de das na zijn wettelijke bescherming.

Dat gebeurde bijvoorbeeld nog in 1950 in de omgeving van Sint-Michielsgestel, op het landgoed de Pettelaer. De jachtgerechtigden van een jachtveld voelden zich benadeeld toen binnen enkele dagen "wel twintig fazantennesten", meestal met de broedende hen er op, waren "verwoest". De schuld werd gegeven aan dassen die in het jachtgebied burchten hadden. Bij de Minister van Landbouw werd een bijzondere machtiging aangevraagd én verkregen. "Een burgervader, tevens jager, wist er een oplossing voor". De Vughtse brandweer moest toch een oefening houden met het oog op het aanstaande bosbrandseizoen, welke oefening nu kon worden gecombineerd met de dassenjacht. Met de motorspuit werd water in de pijpen van de dassenburchten gebracht, om de arme
dieren te dwingen aan de oppervlakte te komen. Overal stonden verdekt jagers opgesteld. Na ruim drie uur spuiten had men succes: drie mannetjes, van ieder ruim 30 pond,
werden neergeknald. Een onbekend aantal (moertjes en jongen) verzoop in de burchten. "Aan allen, die hebben meegewerkt aan het succes van deze wel zeer uitzonderlijke jacht, nog onze hartelijke dank", zo besloot de schrijver van het artikel: "met de brandspuit op jacht", in "De Nederlandsche Jager" van juli 1950.

Toen ons land na de oorlog grootschalig werd "aangeharkt", verloor de das zijn leefgebied. Honderdduizenden kilometers heggen en houtwallen werden gerooid. Door ruilverkaveling werden gronden gedraineerd, eentonig ingedeeld en werden veel
burchten vernietigd. Tevens werd het aantal wegen aanmerkelijk uitgebreid. Dit alles had tot gevolg dat de das steeds verder van zijn burcht diende te gaan foerageren en het
aantal verkeersslachtoffers enorm toenam. De gevolgen waren desastreus en de totale populatie nam zeer sterk af. Tussen 1960 en 1980 verdween de das uit het gehele gebied ten westen van Oss. In 1990 waren er nog maar ongeveer 1.600 dassen in Nederland.

2.3 Periode na 1980

De laatste decennia worden veel dassen slachtoffer van het verkeer. Van de naar schatting 3.000 dassen in Nederland overleden er in het jaar 2000 491 als gevolg van het verkeer, waarvan 91 in Noord-Brabant (jaar 1999: 75). De cijfers betreffen
geregistreerde dassen. Niet inbegrepen zijn de jonge dieren die sterven als de ouders omkomen in het verkeer, en de verkeersslachtoffers die niet worden gemeld. Das&Boom schat in dat alles bij elkaar minimaal 650 dassen per jaar het leven laten door het autoverkeer. Dat is bijna een kwart van de totale dassenpopulatie in ons land.

In Noord-Brabant leven ongeveer 500 dassen (jaar 2001). Het herstel van de dassenstand kwam hier later op gang dan landelijk het geval was. In de periode tussen 1995 en 2001
steeg de populatie van ongeveer 300 naar 500 dassen. Het aantal kilometerhokken waarin zijn aanwezigheid werd geconstateerd verdubbelde bijna van 89 naar 165.

Das&Boom heeft aan de herintroductie van de das een belangrijke bijdrage geleverd. Zo zette zij in 1989 drie en in 1991 twee dassen uit op het landgoed Haanwijk bij St. Michielsgestel. Zij vormden de basis voor de huidige populaties. Op dit moment worden ten zuiden van 's-Hertogenbosch en in de omgeving van St. Michielsgestel en Boxtel weer 11 bewoonde burchten aangetroffen met ongeveer 30 dassen.

Tevens is in de laatste jaren op een aantal wegen een aantal maatregelen getroffen. In Nederland liggen zo'n 600 dassentunnels en staat er circa 300 kilometer dassenwerend raster. Op de betreffende wegen zijn de effecten merkbaar. Er worden ter plaatse minder dassen doodgereden.

2.4 Toponiemen

Toponiemen kunnen hun oorsprong hebben in een ver verleden, maar deskundigen op toponymisch terrein komen vrijwel nooit dassen in Noord-Brabant tegen, wel veel vossen, wolven, uilen en raven.

Door Van der Aa wordt in zijn Aardrijkskundig Woordenboek het plaatsje Dassemis genoemd, gelegen langs de weg van Chaam naar Breda. De naam Dassemis (nu Dassemus) leeft nog steeds. Met de uitdrukking "Dat is op Dassemus" wordt een groepje boerderijen in het Noordwestelijke gedeelte van Chaam bedoeld. Mogelijk heeft de naam met dassen te maken; ze hebben er in ieder geval wel gezeten.

Dan noem ik het landgoed De Dassenberg in Steenbergen, in het grensgebied met het zuidelijker gelegen Halsteren. Zonder enige twijfel heeft de naam met dassen te maken. Dit toponiem is relatief jong. Tot en met ongeveer 1970 hebben er dassen gezeten. In
1985 wilde de toenmalige eigenaar, de heer Cols† uit Antwerpen, weer dassen terug op
zijn landgoed. De herintroductie is helaas niet doorgegaan.

In het excursierapport Boxmeer van het RIVON, wordt het Dassenbuschke genoemd, gelegen aan de Maasdijk bij Beugen. Hier is een grote dassenburcht geweest.

Bij de volgende Noordbrabantse gemeenten komt de naam das in een straatnaam voor, namelijk in Chaam (Dassemussestraat), Cuijk (Dassenburcht), Etten-Leur (Dasseburcht), Gilze (Dassenburcht), Helmond (Dasstraat), Oss (Dasseburcht), Schaijk (Dassenbaan), Son (Daslaan), Valkenswaard (Dasstraat), Veghel (Dasseweide), VolkeI (Dasstraat) en Waalre (Daslaan). In al deze plaatsen hebben inderdaad dassen gezeten.

3 Mortaliteitsonderzoek

3.1 Verkeersslachtoffers vanaf 1995 omgeving St. Michielsgestel - Boxtel en Loonse en Drunense duinen

Het aantal geregistreerde verkeersslachtoffers in St. Michielsgestel en omgeving bedroeg over de laatste zeven jaren 40 dassen. Met name het Dooibroek te St. Michielsgestel - Vught is als sluipweg, als doodrijdlocatie berucht. De Gestelseweg en de Haldersebaan zijn ingerasterd. De positieve effecten hiervan zijn in het volgende overzicht terug te vinden. De slachtoffers van de Loonse en Drunense duinen worden in het betreffende hoofdstuk toegelicht.

Geregistreerde dassenverkeersslachtoffers in de omgeving van 's-Hertogenbosch, St. Michielsgestel en Boxtel over de periode 1995 tot en met september 2001

 

Jaar

Locatie

1995 1996 1997 1998 1999 2000 t/m 09-
2001
Totaal
Dooibroek 0 0 3 2 0 1 1 7
Haldersebaan 4 1 0 0 0 0 0 5
Gestelseweg 4 0 2 4 0 0 1 11
Drunense duinen e.o. 0 0 1 0 2 1 0 4
Overig 2 1 2 1 2 2 3 13
Totaal 10 2 8 7 4 4 5 40

 

bron: Das&Boom: dassenverkeersslachtoffers in de provincie Noord-Brabant

Specificatie Drunense duinen en omgeving:

      • 1994: Gommelsestraat te Udenhout (niet in overzicht opgenomen);
      • 1997: Vendreef te Heusden;
      • 1999: Honderdbunderweg te Heusden en Gommelsestraat te Udenhout;
      • 2000: Groenstraat te Udenhout.

3.2 Beëindiging onderzoek das en verkeer

Tien jaar lang registreerde Das&Boom de verkeerssterfte onder dassen. Dat leverde een schat aan informatie op over exacte doodrijdlocaties, aantal jaarlijks doodgereden dassen, aantal per seizoen, provincie en gemeente, enzovoorts. Deze informatie was
essentieel voor het treffen van beschermende maatregelen zoals dassentunnels en rasters. Het onderzoek vergde 24-uurs bereikbaarheid van medewerkers van Das&Boom en vele vrijwilligers. Dag en nacht stonden zij klaar om doodgereden dassen van de weg te halen en gewonde dassen bij te staan.

Tot spijt van betrokkenen stopte het onderzoek op 31 december 2000. De reden hiervan was dat de rijksoverheid het onderzoek niet meer nodig achtte en daardoor haar subsidiëring beëindigde. Das&Boom heeft geen eigen geld om het onderzoek voort te zetten.
Toch is zij 24 uur per dag direct bereikbaar voor meldingen van gewonde dassen. Meldingen van dode dassen kunt u nog steeds bij hun kwijt, maar deze dieren worden doorgaans niet meer opgehaald. De meldingen worden wel geregistreerd. Zo hoopt de vereniging toch een globaal beeld van de verkeerssterfte onder dassen te behouden. Voor zogende dassen blijft zij 24 uur per dag bereikbaar, evenals voor gewonde dassen en zeldzame marters in nood. In geval van een doodgereden zogende das probeert het Opvangcentrum van Das&Boom haar jongen op te vangen.

4 De das in de Loonse en Drunense duinen e.o.

4.1 Een stukje historie

Oorspronkelijk kwamen in de Loonse en Drunense duinen en omgeving veel bewoonde dassenburchten voor. Een inventarisatie, omstreeks het jaar 1940, leverde maar liefst 17 bewoonde burchten op. Een van deze burchten bevond zich midden in de huidige Efteling.

4.2 Evaluatienota Dassenbeleid

In de evaluatienota Dassenbeleid, opgesteld door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV), werden de Loonse en Drunense duinen aangewezen als herintroductiegebied. Hopelijk kan de vaststelling van het gebied tot Nationale Park een positieve invloed hebben op de das.

4.3 Migratie tussen duinen en omgeving

De dichtstbijzijnde bewoonde burchten liggen ten zuiden van 's-Hertogenbosch, in de omgeving van St. Michielsgestel en Boxtel. Vanuit deze burchten dient de "natuurlijke uitwisseling" met de dassen in de Duinen plaats te gaan vinden.

Vanwege de afstand en de barrières tussen beiden gebieden zal de migratie echter de nodige moeilijkheden ondervinden. Afstanden van meer dan 10 kilometer zijn voor het dier moeilijk te overbruggen. In de corridor tussen de bewoonde burchten en de duinen bevinden zich een aantal obstakels, waarvan als belangrijkste genoemd kunnen worden de spoorlijnen en autowegen tussen 's-Hertogenbosch en Eindhoven/Tilburg. Omdat in de corridor (in de gemeenten Vught en Haaren) in ruime mate dekking en lijnvormige landschapselementen aanwezig zijn, is het gebied als migratiezone zéér geschikt.

In de migratiezone zijn al maatregelen genomen om de das te beschermen tegen het verkeer. Zo is bij de ombouw van de A2, de snelweg van Eindhoven naar 's- Hertogenbosch, het wegvak tussen het provinciehuis in 's-Hertogenbosch en de waterzuiveringsinstallatie in Boxtel voorzien van dassenkerende rasters en werd op een aantal plaatsen de weg voorzien van tunnels. Een aantal hiervan staat echter regelmatig onder water. De wegbeheerder (Rijkswaterstaat) dient hier nog de nodige aanpassingen te verrichten. Hij heeft in de loop van 2001 hiertoe maatregelen genomen. Tevens zal de aanleg van een ecoduct ten zuiden van Boxtel effecten gaan krijgen.
Tevens worden ten zuiden van Boxtel twee nieuwe tunnels onder de snelweg aangelegd. De bedoeling van deze tunnels zal zijn om een verbinding voor de das te creëren tussen de natuurgebieden "de Scheeken" en "de Mortelen". Hierdoor kan een nieuwe migratiezone naar de duinen ontstaan, via het natuurgebied "de Kampina", de Essche Stroom en het Helvoirtsche Broek.

De fijnmazige kering is als weggebruiker goed te herkennen. Ook de weg tussen Vught en Tilburg heeft prioriteit verkregen voor wat betreft de aanleg van keringen en tunnels. Er zullen de nodige maatregelen dienen te worden genomen.

4.4 Vooronderzoek foerageergebieden en burchtlocaties

Een onderzoek, uitgevoerd op verzoek van het consulentschap Natuur-, Milieu- en Faunabeheer Noord-Brabant door Tuur le Mire en Marie-Louise de Ponti in 1990, leerde dat het potentiële foerageergebied de Brand e.o. voor de das als zeer geschikt kon
worden beschouwd. Ook achtten zij de gebieden Plantloon en de Margriet geschikt.

Het gebied van het Hengstven had, volgens het rapport, de das minder te bieden, hoewel dit laatste gebied door de aanpassingen van de laatste jaren als zéér geschikt gebied mag worden beschouwd. Er zijn een aantal heggen aangelegd en een groot deel van de weilanden is in bezit óf beheer van Natuurmonumenten gekomen. Het beheer hiervan zal "dasvriendelijk" worden, waarbij onder andere de weilanden worden begraasd en met ruige stalmest worden bemest. Hierdoor wordt het zoeken naar pieren eenvoudiger en wordt het aanbod van regenwormen vergroot. Het stapelvoedsel van de das. Het verschralen van weilanden is voor het voedselaanbod van de das niet wenselijk. Het verlaagt het aantal pieren. Hij is een echte “cultuurvolger”.

De gebieden Plantloon, en tussen de cafés de Rustende Jager en Bosch en Duin zijn als potentiële burchtlocaties zeer geschikt. Als redelijke locaties werden genoemd: de locaties ten oosten van de Rustende Jager, de Hooge Heide (ten oosten van Giersbergen) en de omgeving van de Margriet. Om een succesvolle herintroductie te krijgen, zullen (verkeers-) maatregelen nodig zijn.

In 1998 werd door het Brabants Landschap in de Brand een dassenburcht aangelegd. Deze is niet bewoond en lijkt in te drassig terrein te liggen.

5 Sporen en ontwikkelingen in de regio t/m 1e helft 1999

Zoals eerder werd vermeld, kwam de das in grote delen van Noord-Brabant voor. Zo waren ook in de Duinen en omgeving vele burchten te vinden. Ook deze raakten door allerlei redenen onbewoond of werden vernietigd. De navolgende gegevens geven een (globaal) inzicht in de historie van de das in de regio Loonse en Drunense duinen. 

5.1 Excursie- en inventarisatierapporten 1958 -1970

Door de heren J. van de Peppel en A. van Wijngaarden werden voor het RIVON in de vijftiger jaren van de vorige eeuw excursierapporten opgesteld. Zij kwamen tot de navolgende bevindingen.

      • Voorjaar 1958: in 1866 werden in Artis 2 dassen ontvangen die uit 's-Hertogenbosch afkomstig waren. In 1903 werd er op de "ouden Deuterschenweg" een das bemachtigd. Dit moeten alle zwervers zijn geweest, die uit de hogere streken bij "Vucht" of St. Michielsgestel afkomstig waren. Het terrein om de stad is ongeschikt voor dassen;
      • Voorjaar 1959: Loon op Zand: vóór het jaar 1940 werden er enkele dassen, die bij Beers gevangen waren, uitgezet in de Drunense duinen. Deze vestigingspoging is kennelijk mislukt, momenteel leven er hier geen dassen;
      • Zomer 1959: Helvoirt: op 9 maart 1907 werd op het landgoed van Van Wagenberg Corman een das geschoten "momenteel komen hier geen dassen voor";
      • Zomer 1959: Als antwoord op de veldnamen enquête van de Koninklijke Academie kwam het volgende: "Ook herinner ik mij, dat in een bosch onder Helvoirt "het Runsel" omstreeks de eeuwwisseling dassen hebben gezeten, die door enige mensen zijn uitgegraven". Waarschijnlijk hebben er hier dus wel dassen geleefd, maar zijn zij al tientallen jaren verdwenen. Locatie: het Runsel: langs de Zandley, ten zuidwesten van de Guldenberg, ten zuidoosten van de Forellenvijver.

In het inventarisatierapport 1960-1980 van J. Wiertz en Hans Vink voor het Rijksinstituut voor Natuurbeheer te Leersum (1983), worden de volgende gegevens aangetroffen.

      • Udenhout: tussen 1930-1940 was er een bewoonde burcht tussen de Rustende Jager en Bosch en Duin, ongeveer 500 meter van de Rustende Jager af (mededeling van de heer Klein in Burema J. & T. Naring 1977, Vegetatiestructuur, militair- en recreatief gebruik in de Loonse en Drunense Duinen);
      • Helvoirt: in 1970 was er een verkeersslachtoffer aangetroffen in Cromvoirt (mededeling van V. Bakker van het Brabants Landschap).

5.2 Bevindingen vanaf 1994

In augustus 1994 werd een dode das (verkeersslachtoffer) ter hoogte van de Zandley gevonden op de Gommelsestraat (Biezenmortel) tussen het café de Rustende Jager en Biezenmortel. Het was een volwassen wijfje. Een verder sporenonderzoek naar het voorkomen van meerdere dassen leverde niets op.

In september 1997 werd door Peter van der Velden een dode das (verkeersslachtoffer) aangetroffen op de Vendreef in de gemeente Heusden. Het was een volwassen mannetje van enkele jaren oud. Hij woog 12 kilo en had een lengte van 90 centimeter.
In februari 1999 werd een dode das (verkeersslachtoffer) ter hoogte van "de Bus" (Hemelrijkse Hoeve) aangetroffen aan de Gommelsestraat te Biezenmortel. Het betrof een éénjarig mannetje. Hij woog 11 kilo en had een lengte van 80 centimeter.

Begin 1999 werd door een medewerker van de buitendienst van de gemeente Heusden aan de Honderdbunderweg, dichtbij de dassenburcht aan de Nieuwkuijkseweg, een dode das aangetroffen. Omdat de das niet nader werd onderzocht, zijn hiervan geen gegevens bekend.

Van al deze dassen wordt verondersteld dat zij uit het gebied ten zuiden van 's- Hertogenbosch gekomen zijn. Zij waren niet getatoeëerd.

In november 2000 kwam een melding binnen dat ten westen van de Tolweg tussen Waspik en Sprang-Capelle een das in een klem zou zijn gelopen en zich daaruit had bevrijd. Nader onderzoek leverde geen bevestiging van het bericht op. Het enige dat kon worden geconstateerd was, dat er "niet over gesproken" werd.

6 Burcht Nieuwkuijkseweg (Hooge Bank) - gemeente Heusden

Het volgende hoofdstuk geeft een algemeen en chronologisch overzicht van de activiteiten op de dassenburcht weer gelegen aan de Nieuwkuijkseweg te Vlijmen, gemeente Heusden (voormalig gemeente Helvoirt) vanaf 1959 tot en met 2001.

6.1 Algemeen overzicht

Het bosperceel, waarin de dassenburcht ligt, heeft opvallend veel dassenpijpen die verspreid zijn over een oppervlakte van ongeveer 1000 m2. In de loop van de jaren maakt de das niet steeds gebruik van dezelfde pijpen. In vergelijking met andere burchten worden relatief meer dassenharen aangetroffen.

De ligging van de burcht is ten opzichte van potentiële foerageergebieden goed te noemen. Hiermee worden de weilanden van het Vlijmens Ven bedoeld, waarop de das zijn belangrijkste voedsel, de regenworm kan vinden. Echter ten opzichte van de Nieuwkuijkseweg is deze zonder meer slecht. Zij ligt op slechts enkele tientallen meters van de drukke straat. Indien op de burcht jongen worden geboren óf aan bijzetten van andere dieren wordt gedacht dient met een hoge mortaliteit rekening te worden gehouden. Om dit te voorkomen werden maatregelen genomen, waarbij inrastering van een deel van de weg en ondertunneling in 1998 worden genoemd. Tevens zal het plan van de gemeente Heusden om een aantal wegen "verkeersluw" te maken een positieve invloed kunnen hebben.

De burcht was tot en met augustus 1999 de meest westelijke bewoning van dassen in Noord-Brabant en was daardoor van groot belang. Tevens kan zij als bruggehoofd en als steunpunt dienen van de uitgezette dassen in de Loonse en Drunense Duinen en zal zij naar verwachting bevolkt gaan worden. 

6.2 Periode 1959-1980

De volgende gegevens komen uit het Inventarisatierapport 1960-1980 van J. Wiertz en
Hans Vink voor het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, Leersum uit 1983.

      • Volgens de heer van Helvoort (kooiker bij SBB) leefde in het bos in de zomer van 1959 tenminste één exemplaar (mededeling S. Braaksma);
      • Volgens A. van Wijngaarden en J. van de Peppel waren in 1961 de dassen in de gemeente Helvoirt verdwenen;
      • In 1962 waren er dassen (mededeling de heer Hommen, Faunabeheer);
      • Op 30-7 en 10-9-1963 was de burcht te kwalificeren als kraamburcht (de heer Kruizinga);
      • Op 29-10-1965 was de burcht belopen; er was zelfs met nestmateriaal gesleept (de heren Goossens & Kruizinga);
      • In 1966 zou de plaatselijke jachtopziener hier een das geschoten hebben (mededeling mevr. Van Zinnicq Bergmann);
      • In 1980 was de burcht verlaten. Vlakbij lag een kleine burcht (nu kruising Vendreef - Nieuwkuijkseweg).

6.3 Periode vanaf 1990

Sinds 1990 wordt de oude burcht weer regelmatig bewoond. Deze ligt ten noorden van het kanaal 's-Hertogenbosch - Drongelen en was tot augustus 1999 de meest westelijke burcht van Noord-Brabant. De ligging qua foerageergebied is gunstig, echter de ligging ten opzichte van verkeerswegen is slecht te noemen.

Das&Boom verzocht de gemeente Heusden maatregelen te nemen ter vermindering van de kans op overrijden van de burchtbewoners. In 1998 zijn door Natuurmonumenten een dassenraster en twee tunnels aangelegd.

1990: De burcht werd bezocht door medewerkers van Das&Boom. De burcht blijkt, na lange tijd onbewoond te zijn geweest, weer te worden belopen.

1991: Op basis van een onderzoek in februari werd door Joost van Balkom en andere leden van de Natuur- en Milieuvereniging Drunen sporen van dassen aangetroffen op de burcht. Tevens werden sporen (wissels) in de directe omgeving gevonden en opgetekend.

1992: Over 1992 zijn bij mij geen gegevens bekend.

1993: Op 4 april bezocht de werkgroep Brabant van Das&Boom de burcht. Er werden 10 belopen pijpen geteld en verse dassenharen aangetroffen. De aangrenzende bospercelen en kanaaldijk werden uitgekamd. Er werden geen verdere sporen gevonden.

Vanaf juni 1993 werd door mij regelmatig de burcht bezocht. Ik nam vaak sporen van activiteiten van de das waar. Vanaf eind 1993 bezocht ook Gerard van de Burg uit Drunen (medewerker van Natuurmonumenten) vaak de burcht. Ook zijn waarnemingen worden hierna opgetekend.

1994: Minstens een keer per maand werd de burcht geschouwd. De activiteiten van de das vonden voornamelijk in het voorjaar (maart/april) en in het najaar (augustus/september) plaats. Er werd flink gegraven en er werden veel dassenharen
aangetroffen. In de tussenliggende periode leek de das te zwerven. De nabijgelegen bosgebieden werden doorzocht en maïsakkers uitgekamd. Dit leverde geen verdere sporen op.

1995: Op 15 april werd veel graafwerk aangetroffen. Er werd met nestmateriaal gesleept. Weer werden veel dassenharen aangetroffen. Een van de pijpen werd door vos(sen) bezocht. Op 10 september werd wederom graafwerk aangetroffen. In de oprit aan de zuidzijde van het bosperceel werden dassenprenten gevonden. Het spoor van de das was goed te volgen op het ernaast gelegen maïsveld aan de noordzijde van de Nieuwkuijkseweg. Er werd een gipsafdruk gemaakt. Deze werd voorgelegd aan Das&Boom en was onmiskenbaar van een das. Hierna werd de burcht enkele weken geobserveerd vanuit een hoogzit, die bij de burcht was geplaatst. De das liet zich echter niet zien.

1996: In de eerste week van januari werden diverse belopen pijpen aangetroffen. Wederom werden dassenprenten op de maïsakker gezien. Tevens werd een krabplaats gevonden waar veel haren liggen. In de periode maart tot en met september 1996 werden geen activiteiten aangetroffen. Vanaf oktober 1996 was er regelmatig graafwerk op de burcht. Het was niet 100% zeker of dit van das was.

1997: Het bosgebied, waarin de dassenburcht ligt kwam in eigendom van Natuurmonumenten. Op 12 januari werd een sleepspoor van ± 30 meter aangetroffen. Hier en daar had de das wat hooi verloren, wat kenmerkend is. In dit hooi werd vers dassenhaar gevonden. Een pijp was flink vergraven en er werden prenten van de das aangetroffen. Omdat de ondergrond berijpt was en er wat sneeuw lag, werden door mij een aantal foto's van het sleepspoor en de vergravingen gemaakt. Tien september werd aan de Vendreef door Peter van der Velden, op ongeveer 500 meter van de burcht, een dode das aangetroffen. Het was een volwassen mannetje van enkele jaren oud. Hij was niet getatoeëerd. De kam op zijn hoofd was ongeveer 5 millimeter, hij woog 12 kg en was ongeveer 90 cm lang.

1998: Maart: het college van Burgemeester en Wethouders van Heusden besloot mee te betalen aan de aanleg van raster en tunnels. April: de Commissie Openbare Werken en grondzaken ging akkoord met de aanleg van het raster en de aanleg van twee tunnels aan de Nieuwkuijkseweg, hoewel een van de leden een grote poster opstak en riep "moeten
we voor een schadelijk dier geld uitgeven". Mei: het raster en de tunnels werden, in eigen beheer aangelegd door Natuurmonumenten. Gedurende het gehele jaar werden
activiteiten op de burcht aangetroffen. Deze waren mogelijk van een das.

1999: Januari: een aantal tekenen wees erop dat de burcht weer door dassen werd bezocht. Een redelijk zuivere prent werd bij de tunnelingang aan de zuidzijde waargenomen. Dertien februari: er lag sneeuw, een pijp was vergraven. Het is duidelijk dat de das terug is. Vijftien februari: er was weer sneeuw bij gevallen. De burcht werd weer bezocht en blijkt zwaar te zijn verstoord. Er was een groot gat gegraven bij de pijp waar enkele dagen geleden sporen van dassen werden aangetroffen. De daders konden ter plekke staande worden gehouden. Tegen hen werden disciplinaire maatregelen getroffen. Het verstoren van dassen en hun dassenburcht is wettelijk verboden. De das liet zich daarna niet meer zien. De burcht was blijkbaar te zwaar verstoord.
Begin 1999: de precieze datum is niet bekend, werd door een medewerker van de buitendienst van de gemeente Heusden aan de Honderdbunderweg, op 250 meter van de dassenburcht, een dode das aangetroffen. Omdat deze niet nader werd onderzocht, zijn hiervan geen gegevens bekend.

Op 21 februari 1999 werd door Das&Boom gemeld dat er een dode das is aangetroffen aan de Gommelseweg te Udenhout. Dit is ongeveer 5 km van de burcht aan de Nieuwkuijkseweg. Het was mogelijk dat het de das betrof die verjaagd was door verstoring van zijn de burcht aan de Nieuwkuijkseweg.

Bijzonderheden das:

      • geslacht: mannetje;
      • leeftijd: ongeveer 1 jaar (kam 1 mm);
      • lengte: 80 cm;
      • gewicht: 11 kg;
      • doodsoorzaak: verkeersongeval: hoofdletsel;
      • geen tatoeage

Na de verstoring in februari 1999 ben ik gedurende het jaar nog een aantal keren (totaal 7 maal) op de dassenburcht geweest. Geen enkel bezoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat er weer dassen aanwezig óf geweest waren.

2000 en 2001: Ik heb de afgelopen twee jaren de burcht diverse malen bezocht. Er zijn geen sporen van de das meer aangetroffen. Sinds de verstoring van de burcht begin 1999 is de burcht onbewoond geraakt. De dassen hebben zich niet meer laten zien.

Naast de verstoring van de burcht kan het uitzetten van de dassen in de Loonse en Drunense duinen in 1999 van invloed zijn geweest op de bewoning van de burcht. Mogelijk heeft het de trek van de dassen van het oosten naar het westen beïnvloed. De geuren en geursporen van de dassen die in de duinen zijn uitgezet, kunnen veroorzaakt hebben dat trekkende dassen een zuidelijker route zijn gaan volgen, en zich gevoegd hebben bij de nieuwe populaties.

7 Herintroductie in 1999 en vervolg

7.1 Vooroverleg

In 1998 trad Natuurmonumenten tezamen met de Stichting Het Noordbrabants Landschap in overleg met Das&Boom om te onderzoeken of het mogelijk was in de duinen dassen uit te zetten. Om een succesvolle herintroductie te verkrijgen, werden meerdere partijen zoals de duinboeren, de landbouwers, de bewoners en de Wildbeheereenheid (WBE) Broek & Duin ingelicht en benaderd om aan de herintroductie mee te werken. 

7.2 Uitzetlocaties

In de zomer van1999 werden twee uitzetrennen aangelegd aan de noordzijde van het
Hengstven in het gebied tussen de Rustende Jager en Hoef ten Halve.

Het Hengstven was vroeger een gebied met drassige heide. Het ligt tussen de Hoge Heide, als uitloper van de Drunense duinen en het beekdal van de Zandley. In het gebied lagen vroeger drie grote vennen: het Hengstven, het Diepven en het Boompjesven. Door verschillen in terreinhoogte en waterhuishouding is het gebied zéér interessant. De omvorming in de laatste jaren van monotone maïsakkers naar meer das vriendelijke beheerde landbouwpercelen waarbij de weilanden worden bemest met stalmest, de aanleg van houtsingels, het inrichten van ruige slootkanten, en een hogere waterstand heeft het gebied voor de das veel aantrekkelijker gemaakt. Tevens kent het Hengstven een gevarieerde vogelpopulatie.

7.3 De jonge dassen van Das&Boom

In 1999 werden door Das&Boom 33 dassen opgevangen, waarvan 6 volwassen dieren en
27 jongen. Jongen die hun moeder verliezen, worden opgevangen omdat ze anders ten dode opgeschreven zijn. Vader das bekommert zich niet om zijn jeugd en ze zijn te klein om zelf voedsel te zoeken.

Omdat een zogende moeder in het voorjaar pendelt tussen haar hongerige kroost en het voedselgebied, is zij extra kwetsbaar. Zoals bekend, vormen wegen bij de zoektochten naar voedsel, een gevaarlijke barrière. Bij een melding van een doodgereden das wordt altijd nagegaan of het een zogend wijfje betreft. In dat geval komen medewerkers van Das&Boom in actie om de jongen te redden. Zij worden dan bij hun burcht gevangen en overgebracht naar het opvangcentrum. Das&Boom vangt de jongen tot ongeveer eind juni. Daarna kunnen ze in de natuur voor zichzelf zorgen en hoeven ze bij het verlies van hun moeder niet te worden grootgebracht.

Na een verblijf van enkele maanden zet Das&Boom de dieren weer uit in de natuur. Dit gebeurt zeer gericht en met beleid. Om zwakke plekken te versterken, om geïsoleerde populaties met elkaar te verbinden óf om voormalig leefgebied opnieuw te laten bevolken, zoals het geval was in de Loonsche en Drunense duinen.

7.4 Verloop en vervolg van het uitzetten in 1999
      • In de maanden juli en augustus 1999 werden uitzetrennen aangelegd met daarin een kunstburcht. De kunstburchten werden omgeven door een raster met een totale lengte van ongeveer 160 meter bij een hoogte van twee meter. Het raster ligt deels ingegraven in de grond, om te voorkomen dat de dassen er onderdoor graven en zodoende voortijdig de burcht verlaten. De wildbeheereenheid Broek en Duin verleende hulp bij de aanleg, door het inzetten van mensen en materieel;
      • De dassen worden in een kunstburcht geplaatst, omdat zij moeten wennen aan de omgeving, de geluiden, de geuren en de dassen in hun omgeving;
      • Uitzetdatum: 27 augustus 1999. De dassen werden in de twee burchten uitgezet, genaamd "Mulders" op het privé terrein van de heer J. Mulders uit Berkel Enschot en in een dennenbos aan de Prins Bernhardlaan, eigendom van Natuurmonumenten;
      • De uitgezette dassen kwamen uit Gelderland, Limburg en Noord-Brabant;
      • Bij de uitzetten was een groot aantal belanghebbenden en geïnteresseerden aanwezig. Naast de medewerkers van Das&Boom waren dat de buurtbewoners en veel kinderen van hen, de politie, en medewerkers van Natuurmonumenten en het Noordbrabants Landschap. Tevens was de pers in ruime mate uitgenodigd. Het Brabants Dagblad, het Parool, het radioprogramma Vroege Vogels van de VARA, TV8 en Omroep Brabant en het personeelsblad van Natuurmonumenten besteedden aandacht aan de uitzetactie;
      • Per burcht werden zes dassen uitgezet, waarvan drie beren en drie zeugen. Per burcht was een volwassen vrouwtje aanwezig om de jongen het das-zijn "te leren". Tevens was zij geslachtsrijp;
      • De dassen werden aangevoerd in speciale kratten en sommige waren behoorlijk gestresst van alle commotie rondom het uitzetten. Ze waren de afgelopen maanden, na aan de fles te zijn geweest, weer "wildschuw" gemaakt. Toen de kratten opengingen spurtten de dassen hun geprefabriceerde burcht in. Bij het uitzetten hoort de traditionele borrel, een Beekse kruidenbitter. Er werd getoost op de eerste dassen in de duinen sinds vijftig jaar;
      • Vanaf 27 augustus 1999 werden de dassen gevoerd met hondenvoer en pens. Nelis van Berkel, medewerker van Natuurmonumenten werd hiermee belast en hield de ontwikkelingen in de gaten. Hij hield een "dassendagboek" bij en was deels vrijgemaakt van zijn dagelijkse werk om de dassen te volgen;
      • Nelis van Berkel en Bert van Opzeeland (lid werkgroep Brabant van Das&Boom) waren regelmatig in het veld te vinden om de dassen te volgen en hadden, indien nodig, regelmatig contact met Das&Boom. Zij brachten hun bevindingen in kaart en stemden met elkaar af, wie wat zou gaan doen;
      • Vrijlaten dassen: 24 november 1999. De dassen konden via openingen (vier poortjes per burcht, geknipt in het gaas) de uitzetrennen verlaten, ze waren vrij;
      • Eerste aanzet van een nieuwe burcht: 4 december 1999. De eerste aanzet tot een nieuwe burcht (Bert I) werd gevonden. Er werden vijf belopen pijpen geteld en op 8 januari 2000 werd met nestmateriaal gesleept. De dassen sleepten buntgras en mos de burcht in. Zij waren bezig met de stoffering van hun huis;
      • In de maand december werden nog twee nieuwe aanzetten tot burchten aangetroffen (Nelis I en II), beide met enkele pijpen en sleepsporen van nestmateriaal en heel veel activiteit. Overigens moest worden afgewacht of de dassen zich ook definitief zouden vestigen in de nieuwe burchten;
      • De dassen werden tot half december 1999 bijgevoerd. Het bijvoeren werd langzaam afgebouwd. Vanaf januari 2000 moesten zij zelf hun kostje bij elkaar scharrelen;
      • Op 18 februari 2000 werd Rogge (tatoeage-nummer D27) door Hugo van der Wal, opzichter van Natuurmonumenten, dood aangetroffen aan de Groenstraat te Udenhout. Het éénjarige mannetje was overreden. Hij woog 11 kilo, was wel doorvoed en kwam oorspronkelijk uit Deelen (Gld) en was uitgezet in de ren "Mulders". Wellicht heeft hij niet in de groep gepast en werd verstoten. 

7.5 Overzicht van de in augustus 1999 uitgezette dassen

Het navolgende overzicht geeft een specificatie van de uitgezette dassen. Let eens op de mooie namen.

Naam uitzetren  Geslacht Naam das  Tatoeagenr. Komt uit 



Mulders
V Zonnetje D9 Cuijk (NBr)
V Dabbelo D18 Hoenderloo (Gld)
V Venne D25 St. Agatha (NBr)
M Rogge D27 Deelen (Gld)
M Jozef D13 Valkenburg (L)
M Stein D16 Stein (L)
         
Naam uitzetren Geslacht Naam das  Tatoeagenr.  Komt uit



Prins Bernhardlaan
V Spieke D11 Rijkevoort (NBr)
V Wervel D22 Steevensbeek (NBr)
V Liende D12 Hernen
M Polle D30 Deelen (Gld)
M Aalder D29 Deelen (Gld)
M Bastring D31 Lomm (L)

 

7.6 Aanvullende informatie over de uitgezette dassen

Zonnetje en Spieke waren volwassen dieren (adult). De overige dassen waren jongen
(juveniel) uit 1999.

Jozef werd op 25 april te Valkenburg gevangen. Hij was in 1999 het eerste weesje in dat jaar dat met de fles werd grootgebracht. Hij was nog zo klein dat hij met de hand kon worden gevangen.

Venne was een van de drie dassen die tegelijkertijd in St. Agatha werden gevangen. Zij hadden waarschijnlijk zo'n honger, dat ze alle drie tegelijk de vangkooi in liepen op zoek naar het lokvoer.

7.7 De werkgroep Brabant van Das&Boom op bezoek

De provincie Noord-Brabant kent een werkgroep van Das&Boom. Zij heeft als taak het observeren van dassengebieden, sporen te zoeken en het melden van bijzonderheden (kansen en bedreigingen) aan de vereniging te Beek-Ubbergen. De werkgroep telt ongeveer 20 leden.

De werkgroep bezocht op 8 januari 2000 het uitzetgebied. De doelstelling van de dag was om de volgende vragen te beantwoorden:

      • Hoe gaat het met de uitgezette dassen in de Loonse en Drunense duinen;
      • Waar zijn ze gebleven;
      • Waar hebben ze zich gevestigd;
      • Welke bedreigingen zijn er en hoe kunnen deze worden opgelost en;
      • Laat aan de genodigden zien hoe men dassensporen kan herkennen.

De gasten waren met name die personen die de dassen in de duinen in de gaten konden houden. Naast medewerkers van Das&Boom, die in de uitzetrennen uitleg gaven en werkgroepleden van de vereniging, waren er deelnemers van IvN De Waerdman - De Langstraat, IvN Grave, de Brabantse Milieufederatie (BMF), Natuurmonumenten, Wildbeheereenheid Broek en Duin, de Natuur- en milieuverenging Drunen Heusden Vlijmen en de Algemene Inspectie Dienst (AID) aanwezig.

Het gebied was vooraf goed doorzocht, want er kwamen geen nieuwe ontwikkelingen naar voren. Tevens werd geconstateerd dat het uitstekend ging met de das. Voor de deelnemers waren er volop sporen, zoals mestputjes, dassenhaar, pootafdrukken en graafwerk van dassen te zien.

8 Periode vanaf begin 2000 tot en met december 2001

8.1 Onwikkelingen
      • Er waren twee bewoonde uitzetrennen ("Mulders" en aan de Prins Bernhardlaan);
      • Er ontstonden drie nieuwe burchten, die regelmatig werden belopen;
      • Er werd veel sleepwerk op alle burchten geconstateerd;
      • In het gebied bevonden zich ± 30 vluchtpijpen;
      • Begin 2000 werd een van de uitgezette dassen doodgereden;
      • Zowel in het jaar 2000 als in 2001 werden er jonge dassen geboren;
      • In 2001 werden prenten van dassen aangetroffen bij café restaurant Bosch en Duin;
      • In een maïsveld, vlak bij Giersbergen werd een "zomerresidentie" aangetroffen. De dassen hebben hier in 2001 enkele pijpen gegraven en verbleven hierin tijdens de zomer;
      • In augustus 2001 werd een gestripte egel gevonden in de omgeving van "de Knijperij". Slechts de huid met stekels, één poot en iets wat een kop moest zijn waren te zien. De egel was slachtoffer geworden van een das. Een egel die zich bij gevaar oprolt, wordt door de das eenvoudigweg op zijn rug gelegd, waarna hij hem met zijn klauwen ontrolt, hem vervolgens doodt en opeet;
      • Langs de Oude Bosschebaan werd een informatiepaneel over de das geplaatst door
      • Johan en Gerrie Martens van de biologische boerderij "de Hemelrijksche Hoeve". De
      • das is op de biologisch beheerde graslanden van de melkveehouderij meer dan welkom. Johan: "we komen regelmatig sporen van ze tegen. Een pluk grijs haar aan het prikkeldraad, omgedraaide koeienvlaaien en pootafdrukken in de modderige oeverrand van ons ven"

8.2 Villa Le Blaireau (de das)

Verscholen achter groen en hoge hekken ligt in Loon op Zand op ruim drie hectare grond een villa met de allure van Hollywood. Villa Le Blaireau (de das) is de schepping van Jacques de Leeuw, oprichter en na zijn pensionering nauw betrokken bij uitgeverij en distributeur Audax in Gilze. Hij heeft alles wat hij mooi vond in het huis gestopt. Jacques zei vol trots: “iemand met oog voor detail kan hier een week rondlopen”. Overal is kunst te vinden: schilderijen, beeldhouwwerken en sculpturen. Uitbundige wanddecoraties met vaak mythologische taferelen springen in het oog. De replica van David in de eetkamer is in navolging van Michelangelo uit marmer gebeiteld. Jacques: “het is een neo-klassieke Amerikaanse villa, maar dan zonder plastic. Alles is echt”.

Na een bouwtijd van bijna tien jaar opende Jacques in juni 2001 zijn villa, waarin onder andere de Stichting Jacques de Leeuw is gevestigd. Ter gelegenheid van de opening bracht hij een boek uit: “Ik heb een monument opgericht dat na mij blijft bestaan”.

Het herintroductieproject van de das in de Loonse en Drunense duinen inspireerde hem. Hij vernoemde zijn huis naar le Blaireau, de Franse naam voor das. Op de oprijlaan naar de villa staat een in brons uitgevoerde das. Ook is er een plaquette opgenomen in de muur die naar het dier verwijst.

De Stichting Jacques de Leeuw nam financieel deel in de versterking van de populatie in september 2001.

8.3 Versterking populatie dassen op 25 september 2001

Vanwege het succes van de herintroductie, en omdat het wenselijk werd geacht de populaties te versterken werden dassen bijgezet. Maar omdat de uitzetren "Mulders" nog steeds werd bewoond, dienden de dassen uit de burcht te worden "verdreven". De in- en uitgangpoortjes werden gesloten en er werd een "one-way-gate" aangebracht.

Op 25 september 2001 werden drie dassen bijgezet in de uitzetren. Het betroffen een ouder vrouwtje, haar zoon en een andere jonge beer, die begin 2001 waren geboren. Het vrouwtje was een verkeersslachtoffer en werd tezamen met haar zoon bij Das&Boom opgevangen. Zij is mogelijk weer zwanger en kan in 2002 voor nakomelingen zorgen.

8.4 Overzicht van de uitgezette dassen op 25 september 2001

Het navolgende overzicht geeft een specificatie van de uitgezette dassen: 

Naam uitzetren  Geslacht Naam das  Tatoeagenr. Komt uit 



Mulders

V Lenthe D80 Dalfsen (Ov)
M Winther D79 Dalfsen (Ov)
M Hullhost D77 Beekbergen (Gld)


Bij het uitzetten waren een aantal medewerkers van Das&Boom, Natuurmonumenten, de heer en mevrouw Mulders en gehandicapten van huize Assisië aanwezig. De bewoners van huize Assisië verrichten voor Natuurmonumenten werkzaamheden in de Loonse en Drunense duinen.

8.5 De “buiten-“ en “binnendassen”

Bij de burcht deed zich het probleem voor dat de "buitendassen" die in 1999 werden uitgezet naar binnen willen, en proberen onder de gaas door te graven. Dit werd niet wenselijk geacht omdat de "binnendassen" nog dienden te wennen aan hun omgeving en geaccepteerd moesten worden door de "buitendassen". Er werd zowel aan de binnen- als buitenzijde van het raster schrikdraad geplaatst. Nelis van Berkel, nam ook hier de taak op zich de dassen te volgen en te voeren. Op 13 december 2001 werden de poortjes opengemaakt en konden de dassen de burcht verlaten. Het bijvoeren werd afgebouwd en begin 2002 gestopt. De dassen dienden hun eigen voedselvoorziening te regelen.

9 Nelis van Berkel †

Op 3 november 2001 overleed Nelis op 56-jarige leeftijd, onverwacht aan een hartstilstand. Hij was medewerker van Natuurmonumenten en vanaf het begin intensief betrokken bij de herintroductie van de das in "zijn" duinen. Hij werd hiervoor onder andere opgeleid bij Das&Boom. Hier leerde hij voor de eerste keer de das in levende lijve kennen, hoewel zijn vader er vroeger wel over vertelde dat ze in de duinen voorkwamen.

Nelis groeide op aan de rand van de Loonse en Drunense duinen en hield van het leven en de natuur. Dieren en natuur waren voor hem van jongs af aan al belangrijk. Vakanties hoefden voor hem niet, want in de duinen had je immers "altijd vakantie". Hij was een rustige, open en slimme man. Ik heb veel van hem geleerd en ben hem daarvoor dankbaar.

Nelis was ook in zijn vrije uren vaak op "dassenjacht". Hij wist precies waar ze zaten, ontdekte nieuwe pijpen en (aanzetten tot) nieuwe burchten, schreef alles in het logboek, maakte een dagboek en tekende de ontwikkelingen in op de landkaart. Hij vertelde vol overgave over zijn dassen, aan eenieder die het maar wilde horen.

Nelis en ik zijn samen vaak op pad geweest en elke keer weer had hij iets nieuws gevonden. Hij vertelde me eens "Bert, weet je wat me is gebeurd?". Ik zei nee, dat weet ik niet: "ik was verdwaald" en dat in "zijn" duinen, waar hij bij wijze van spreken elk stukje kende.

De dag voor zijn overlijden zat Nelis nog met enkele andere personen in de avonduren bij de burcht, dassen te bekijken. Hij vertelde nog vol plezier over zijn dieren, en dat het dassenproject een van de mooiste dingen was die hij bij Natuurmonumenten had mogen doen.

Op 29 november 2001 zou hij bij Natuurmonumenten zijn 25-jarig dienstjubileum hebben gevierd, waarnaar hij erg uitkeek. Het heeft helaas niet zo mogen zijn.

Het dassen voeren diende echter door te gaan en dat zijn vrouw Cor ook bewogen was bij het werk van haar man, bleek wel op de dag van het overlijden. Zij zorgde ervoor dat het voer klaarstond. Ook na het overlijden van haar man bleef zij zorgdragen voor het voer.
Het voeren van de dassen werd doordeweeks overgenomen door Broer Mutzers, een collega van Nelis en in het weekend door Bert van Opzeeland.

10 De situatie in februari 2002

In februari 2002 is de situatie als volgt:

      • Een nieuwe derde ren is aangelegd. Hierin worden, ter versterking van de populatie, in 2002 dassen bijgezet. Voorwaarde hierbij is, dat de Oude Bosschebaan verkeersluw dient te zijn gemaakt. Er dienen snelheidsbeperkende maatregelen te worden genomen;
      • In natuurgebied "de Brand" ligt een kunstburcht van Het Noordbrabants Landschap.
      • Deze is nog niet belopen. De burcht wordt omgeven door (te) vochtig terrein;
      • De dassen bevinden zich in het volgende gebied: de zuidelijke grens loopt tot ongeveer de Oude Bosschebaan (er zijn nog geen aanwijzingen dat deze regelmatig wordt overgestoken); de noordelijke grens loopt tot aan de Margrietweg (indien de das deze weg regelmatig zal oversteken, kunnen hier verkeersslachtoffers worden verwacht); de westelijke grens loopt tot aan café restaurant "Bosch en Duin" en Giersbergen; de oostelijke grens bevindt zich ongeveer op 500 meter ten oosten van de uitzetren aan de Prins Bernhardlaan;
      • De dassen die zich laten zien, zien er goed en gezond uit;
      • De mortaliteit is bijzonder laag;
      • Het totaal aantal dassen wordt geschat op ongeveer 20 stuks;
      • Er wordt een behoorlijke natuurlijke uitbreiding van de populatie in 2002 verwacht met een bijbehorende vergroting van het leefgebied, richting bijvoorbeeld Plantloon, de Margriet en landgoed Huis ter Heide.

11 Samenvatting

In de Loonse en Drunense duinen, de Brand en omgeving zijn goede mogelijkheden aanwezig tot herintroductie van de das. Er zijn voldoende potentiële burchtlocaties en foerageergebieden voorhanden. Een plan tot herintroductie werd opgezet en in 1999 uitgevoerd. De uitgezette dassen hebben zich tot op dit moment nog niet echt verspreid en zijn in de nabije omgeving van de twee uitzetrennen te vinden. Er zijn in de jaren
2000 en 2001 jonge dassen geboren. Het project mag als zéér geslaagd worden beschouwd. In 2001 werd de populatie versterkt door het bijzetten van dassen. Tevens zullen, naar verwachting in 2002 in een nieuwe derde ren, dassen worden bijgezet. 

12 Tot slot

Das&Boom, vereniging voor de bescherming van bedreigde diersoorten en hun leefmilieu, te Beek-Ubbergen (024-684 22 94) is in 1981 opgericht met als doel het behoud van inheemse marterachtigen en hun leefgebieden. Zij geeft hiertoe voorlichting en educatie. Tevens heeft zij een dasseninformatie- en opvangcentrum ter beschikking. Het opvangcentrum is dag en nacht bereikbaar voor meldingen van dode, gewonde, verweesde en verdwaalde dassen. De vereniging telt ongeveer 8.500 leden. Het lidmaatschap van de vereniging bedraagt voor een gewoon lid € 17,50 per jaar, waarvoor men onder andere viermaal per jaar het blad "Das&Boom" ontvangt.


Vlijmen, februari 2002

Bert van Opzeeland

met speciale dank aan:

      • Nelis van Berkel †, medewerker Natuurmonumenten, Udenhout;
      • Piet de Bont, Drunen;
      • Winifred van den Bosch, Delft
      • Hanneke Das-Horsmeier, Vught
      • Theo van Doremalen, ‘s-Hertogenbosch;
      • Willy Thijssen, lid werkgroep Brabant Das&Boom, St. Agatha en;
      • Hans Vink, dassenkenner en archivaris Staatsbosbeheer, Zeist.
Lees 26086 keer Laatst aangepast op zaterdag, 06 december 2014 10:47

36 reacties

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Selecteer een categorie

Meer dassen artikelen

Populaire artikelen